Leerstoornissen

We kunnen een onderscheid maken tussen leerproblemen en leerstoornissen:

  • Leerproblemen
    We spreken over een leerprobleem bij kinderen die moeilijkheden hebben om de leerstof zelfstandig te verwerken. Leerproblemen zijn niet hardnekkig. Ze zijn van voorbijgaande aard. De nodige begeleiding kan daarom snel verandering brengen. Meestal gaat het om kinderen die tijdelijk wat minder presteren op school, vaak door externe factoren.

    1. LeesproblemenKinderen met leesproblemen hebben moeite met het omzetten van de geschreven taal naar de gesproken taal. Opvallende kenmerken hierbij zijn onder andere te traag (spellend) lezen of onnauwkeurig (radend) lezen, hardnekkig letters verwarren, onvoldoende begrijpen wat gelezen wordt enz. Deze leesmoeilijkheden kunnen ook een invloed hebben op het verdere schoolse presteren.

    2. Spellingproblemen

    Kinderen met spellingproblemen hebben moeite met het omzetten van de gesproken taal naar de geschreven taal. Vaak ziet men hier volgende moeilijkheden: automatiseringsproblemen (klank-tekenkoppeling), zwak geheugen voor woordbeelden, moeite om spellingsregels te integreren enz. Spellingproblemen gaan vaak samen met leesproblemen.

    3. Rekenproblemen

    Kinderen met rekenproblemen hebben moeilijkheden op vlak van automatiseren (bv. splitsingen, maal- en deeltafels), vaardigheden en technieken (bv. grote bewerkingen maken, werken met kolommen) en/of problemen met visuospatiële deeltaken (meetkunde) van het rekenen. Indien deze rekenproblemen hardnekkig zijn, kan er gesproken worden van dyscalculie.

  • Leerstoornissen
    We spreken over een leerstoornis als het probleem hardnekkig en specifiek is. Tot deze groep behoren dyslexie (lezen), dysorthografie (schrijven) en dyscalculie (rekenen). Deze stoornissen zijn vaak het gevolg van eenzelfde basisprobleem, namelijk de onmogelijkheid om handelingen te automatiseren. Dit heeft tot gevolg dat het kind een aantal vaardigheden niet vlot beheerst.